God is een vluchteling

verwacht: eind mei 2017

Paperback ISBN 978-94-6310-110-3 € 19,95 incl. BTW12933-1

God is terug en woont in Europa. Ruim de helft van de migranten in de Europese Unie behoort tot het christendom. 13 miljoen van hen zijn afkomstig van buiten Europa (tegenover 12 miljoen moslims). Ook onder de recente vluchtelingenstromen zijn er veel christenen. Hoe kan het ook anders? Twee derde van de 2,2 miljard christenen woont buiten Europa, vaak als minderheden in door oorlog en honger bedreigde gebieden. Toch horen we daar amper iets over. Vanwaar die vreemde blindheid voor vervolgde christenen?

David Dessin beschrijft het verhaal achter de verborgen terugkeer van het christendom in de Lage Landen. Zijn zoektocht naar de nieuwe christenen voert hem mee door duizenden jaren vergeten geschiedenis. Hij ontmoet Chaldeeërs, Syrisch-orthodoxen uit het Midden-Oosten, leerlingen uit de oudste christelijke kloosters en erfgenamen van mystieke tradities die het Europese christendom voorafgingen. Hij gaat het gesprek aan met vluchtelingen uit Iran, bekeerlingen die van hun nieuw verkregen vrijheden gebruikmaken om zélf hun religie te kiezen, en met Pakistanen wier verhaal teruggaat tot de apostel Thomas, maar die vandaag op de vlucht zijn voor wrede apostasiewetten. Verder ontmoet hij Filipijnen die geloven dat de Messias is teruggekeerd, Ghanese Seventh-day Adventists en Congolese pentecostals die de straten van onze grootsteden op trekken om te prediken. In Duitsland ontmoet Dessin een Chinese christen die jarenlang vervolgd, gevangengenomen en gemarteld werd omdat hij weigerde de god van een communistische staat te aanvaarden.

Heel wat actuele vragen rond migratie, vluchtelingen en integratie krijgen een volledig nieuw perspectief als ze door de bril van de nieuwe christenen worden bekeken. Maar kunnen we dat nog wel? Willen we dat bovendien? In een postchristelijk Europa kunnen de religieuze nieuwkomers voor zowel christenen als niet-christenen immers een bijzonder ongemakkelijke spiegel vormen.

Advertenties

De docent literatuur en filosofie die een Koptische monnik werd in Egypte

Na 40 jaar te hebben geleefd als atheïst besloot Vader Anthony El Lazarus zijn job als docent literatuur en filosofie op te geven om als Koptische monnik in Egypte te gaan leven. Nu leeft hij in afzondering in een 4e eeuws klooster in de bergen aan de Rode Zee.

Midden-Oosten: de christelijke winter

deredactie.be 10.08.14

Genocide’s, godsdienstoorlogen en religieuze vervolgingen in het Midden Oosten

In de debatten over de strijd en de vele oorlogen die woedden in het Midden Oosten hanteert men allerlei termen, van etnische zuivering tot ‘gazacaust’, en genocide. In al dat retorisch geweld blijft één groep mensen vreemd genoeg systematisch onderbelicht. We hebben het over de christenen in het Midden-Oosten. Hoog tijd om kennis te maken met deze vreemde Ander, in Europa al sinds 1915 even onbekend als onbemind, maar zonder wie we het hedendaagse en toekomstige Midden-Oosten onmogelijk kunnen begrijpen.

Het is opvallend hoe weinig zij die het christendom zo vaak imperialisme en Eurocentrisme verwijten afweten van het niet-Europese christendom. Voor vele Europeanen is het christendom immers nog steeds de oude vijand van de Verlichting en de moderniteit: de kerk met haar flagellanten en de Spaanse inquisitie, de kruisvaarten en het imperialisme. Maar de christelijke wereld van de middeleeuwen was – net zoals vandaag – eindeloos meer divers dan dat. Naast de wereld van het Europese christendom was er immers ook nog de wereld van het oosterse en nog een andere, derde wereld van het Aziatische christendom. De rijke cultuur die er zich ontwikkelde maakt landen als Mesopotamië in die tijd evengoed tot een cultureel en geestelijk centrum van het christendom als Frankrijk of Duitsland.[1] De opkomst van de Islam bracht in de eerste eeuwen een (relatief) klimaat van tolerantie, dat christenen toeliet een belangrijke en soms essentiële rol te spelen in de Islamitische samenlevingen. De joods-christelijke cultuur van de dhimmis, de veroverde volkeren, de Nestorianen en de Kopten zorgden voor vertalingen van klassieke Griekse teksten en brachten wetenschap en vooruitgang met zich mee. De leden van de Oosterse kerken noemden zich Nasraye, ‘Nazareners’ van het Aramese woord dat de apostelen gebruikten, en ondanks grote beperkingen op hun religieuze en persoonlijke vrijheid (die nog net iets beter waren dan de vernietiging die de Perzen brachten) floreerden hun gemeenschappen en hun cultuur tot in de veertiende eeuw, toen een golf van geweld en extremisme over het Midden Oosten vloeide.

Mar Mattai, nabij Mosul, een van de oudste nog bestaande christelijke kloosters. Op z'n hoogtepunt was het een van de grootste huizen van de christelijke wereld, met duizenden monniken. (Photo door kyselak from Wikimedia Commons.)

Mar Mattai, nabij Mosul, een van de oudste nog bestaande christelijke kloosters. Op z’n hoogtepunt was het een van de grootste huizen van de christelijke wereld, met duizenden monniken. (Photo door kyselak, Wikimedia Commons.)

Vanaf dat moment werd de situatie van christenen onder islamitische heerschappij vergelijkbaar met die van de joden in het toenmalige christelijke Europa, aldus de onderzoeker Philip Jenkins.[2] Het was zowel op klimatologisch als op religieus vlak een kleine ijstijd, gekenmerkt door natuurrampen, ziektes, verwoestingen en vooral veel genocides. De tot de Islam bekeerde Mongoolse heersers over Mesopotamië, Armenië, en Syrië namen draconische maatregelen om christenen te vervolgen. Tamerlane en zijn kleinzoon Ulugh Beg roeiden christelijke en joodse gemeentes virtueel uit in het Oosten. Wat overbleef bestond slechts nog in de marges van de samenleving, vergelijkbaar met de joodse Shtetls in Oost-Europa.

Enkele eeuwen later, in 1894-95 liet Sultan Abdul Hamid een honderdduizendtal Armeniërs uitmoorden in wat Amerikaanse kranten toen beschreven als een ‘Holocaust.’[3] Later bleek deze moordpartij slechts een ‘oefening’ te zijn geweest voor wat er in 1915 zou gebeuren. Het Ottomaanse rijk zag de christelijke Armeniërs op haar grondgebied als een bedreiging (en als een mogelijk excuus voor het Christelijke Europa om binnen te vallen), en plande met de ‘Tehcir’ (deportatie) wet een politiek van ‘relocatie’, die in de praktijk neerkwam op een vorm van etnische zuivering. Meer dan een miljoen Armeniërs werden in 1915 uit hun huizen in Klein-Azië verjaagd en gedwongen in een lange mars te wandelen in de richting van de woestijn in Noord Syrië. Voor eten of drinken werd niet gezorgd, mensen werden doodgeranseld of –geschoten, en Armeense vrouwen en meisjes werden regelmatig verkracht. De journalist Robert Fisk beschrijft wat hij noemt als ‘het Auschwitz van het Armeense volk, de plaats van ’s werelds eerste, vergeten Holocaust.’[4] Fisk maakt de vergelijking hier niet om te choqueren of aandacht te vragen voor een wreed gebeuren, maar vanuit de vaststelling dat het Turkse schrikbewind tegen de Armeniërs als uitdrukkelijke bedoeling had een volk van bijna anderhalf miljoen mensen geheel uit te roeien. In de jaren na 1915 ontwikkelt de Poolsjoodse advocaat Raphael Lemkin de term ‘genocide’ voor de systematische uitroeiing van etnische, religieuze of sociale gemeenschappen. Terecht erkende Lemkin dat zulke daden een precedent schiepen voor latere regimes. Zo kon Hitler zich in 1939 immers afvragen: ‘Wie heeft het tegenwoordig nog over de vernietiging van de Armeniërs?’[5]

Na de eerste wereldoorlog en het verdwijnen van het Kalifaat gingen moslims op zoek naar een nieuw politiek model, wat ze vonden in het Arabische secularisme en het nationalisme. Wat overbleef van de christelijke gemeenschappen in Egypte, Syrië, Palestina en Irak steunde deze seculiere bewegingen, die voor hen immers de beste overlevingskansen boden (seculiere samenlevingen zijn immers altijd beter voor religieuze minderheden). Vele van de stichters en meest zichtbare militanten van de linkse, socialistische en communistische groepen in die regio waren christenen, zoals Constantin Zureiq en Michel Aflaq. Ook de Palestijnse strijd tegen de staat Israel werd vaak aangevoerd door orthodoxe christenen als George Habash en Nayef Hawatmeh.[6] In de jaren ’80 vloeide er echter een nieuwe golf van gewapende conflicten, politieke en economische stagnatie en religieuze vervolging over het Midden Oosten. Het antichristelijke geweld van de Taliban in Afghanistan, de Moslimbroeders en salafistische fracties in Egypte, Hamas in Palestina,… Na de val van Hussein volgde er in Irak een ware Apocalyps van geweld tegen christenen. Extremistische groeperingen reduceerden de christelijke gemeenschappen in enkele jaren tijd tot een fractie van de 1,4 miljoen christenen die het land in 1991 nog had geteld. Kerken die teruggaan op de dagen van de apostelen zijn in minder dan twee decennia van de kaart gevaagd. Meer dan 100.000 Irakese christenen zijn op de vlucht. Ook met het uitbreken van de oorlog in Syrië kwam er een uitbarsting van antichristelijk geweld. Sinds 2011 zijn alle christenen uit Homs verdreven, 50.000 mensen zijn op de vlucht, in Qusayr moest een christelijke bevolking van 10.000 mensen vluchten, honderden christelijke burgers stierven in de belegering van Rableh.[7] Over het hele land worden minderheden aangevallen, ontvoeringen en moordpartijen uitgevoerd.

A house in Mosul, Iraq, has the words

Een huis in Mosul, Irak. Op de muur staan de woorden “eigendom van ISIS” (bron: CNN)

ISIS, de strijdkrachten van de ‘Islamic State of Iraq and Al-Sham’, hebben het kalifaat opnieuw uitgeroepen en beloofde een strijd te voeren tegen de christenen, Shi’a Moslims en mede-Sunnies, een strijd die hen zelf tot aan de poorten van Rome zou leiden. De troepen van ISIS stellen de lokale bevolking – christenen maar ook andere religieuze minderheden – voor de keuze zich te bekeren of te sterven. Op de deuren van de huizen werd het Arabische teken ‘N’ plaatst, voor Nasraye, ‘Nazareners’ van het Aramese woord dat de apostelen gebruikten, als teken dat de gebouwen in het bezit zijn van de Islamitische staat. Volgens sommige families die gevlucht zijn blijft er van de 35.000 christenen die Mosul in 2003 nog telde vandaag geen één meer over.[8] Niet meer dan twaalf miljoen mensen blijven er vandaag nog over van de ooit bloeiende christelijke gemeenschap in het Midden Oosten. De Arabische Lente is uiteindelijk overgegaan in een christelijke winter.

Irakezen bij de ruïnes van het graf van de Nebi Yunus, (de profeet Jonah), in Mosul, Irak, 24 juli 2014, nadat militanten van ISIS de moskee die zich rond de tombe bevond verwoest hebben (EPA/STR)

Irakezen bij de ruïnes van het graf van de Nebi Yunus, (de profeet Jonah), in Mosul, Irak, 24 juli 2014, nadat militanten van ISIS de moskee die zich rond de tombe bevond verwoest hebben (EPA/STR)

De voormalige Engelse opperrabbijn Jonathan Sacks vertelde het Britse parlement onlangs nog dat het lijden van de christenen in het Midden Oosten ‘een van de misdaden tegen de mensheid van onze tijd’ is. Hij vergeleek de situatie met joodse pogroms in Europa en zei dat hij ontzet was door het gebrek aan protest vanuit Europa. Hoe komt het toch dat Europeanen zo weinig interesse hebben in deze vervolgde religieuze groep? Zoals Régis Debray het stelt: te religieus voor links, te buitenlands voor rechts, vallen de christenen voorlopig blijkbaar gewoon buiten de morele radar van het Westen. Of zoals die andere Europeaan het in 1939 zei: ‘Wie heeft het tegenwoordig nog over de vernietiging van de Armeniërs?’

[1] Philip Jenkins, Het Vergeten Christendom, Nieuw Amsterdam, 2011, p24.

[2] Ibid., p110

[3] Peter Balakian, The Burning Tigris, HarperCollins, 2003, p11

[4] Robert Fisk, De grote beschavingsoorlog, Anthos, 2005, p430.

[5] Philip Jenkins, The Great and Holy War, 2014, p310.

[6] John Allen Jr., The Global War on Christians, Image, 2013, p116.

[7] CNEWA report 2012.

[8] zo liet het rapport van het Franciscan Custody of the Holy Land weten, zie http://ncronline.org/news/global/shadow-war-targets-christians-syria

De tijd van de Afrikaan

Of het nu de berichtgeving over de homofobe wetten van Uganda is of de gruweldaden gepleegd tussen christenen en moslims in de Centraal-Afrikaanse Republiek, het christendom in Afrika komt bij ons maar zelden in een positief licht in de media.

Hoog tijd om wat achtergrond te geven bij een religieuze groep die tegen 2050 één derde van het christendom zal uitmaken, dubbel zo groot zal zijn als haar Europese noorderburen, en héél wat enthousiaster.

Niet via de missionarissen

Allereerst enkele clichés uit de weg ruimen: Europeanen gaan nog steeds vaak uit van het Christendom als een blanke, Westerse ideologie. Als het al buiten Europa bestaat is het daar recent gebracht door Victoriaanse missionarissen of overijverige Amerikaanse televangelisten.

De realiteit echter is dat het christendom zich al van het begin gelijktijdig over de verschillende continenten verspreidde. In de eerste eeuwen was Afrika en Azië al het rijkste veld voor missionarissen. Het is in deze landen dat de christelijke kunst, literatuur en muziek, de monastiek en de eerste tradities begonnen zijn. Terwijl de meeste Europeanen nog in hutten leefden beschikten de Ethiopische en Nubische kerken al over rijke liturgische tradities.

Een bamboehouten kruis

Het is ook erg modieus tegenwoordig om de uitbreiding van het Christendom te begrijpen in termen van imperialistische expansie, van het opleggen van Europese standaarden aan de rest van de wereld. Voor de wantrouwige moderne geest vormt bekeringswerk een vorm van onwetend paternalisme of een verdoken vorm van imperialisme. Wie films als At Play in the Fields of the Lord (1991) met John Lithgow als fanatische en seksueel gefrustreerde prediker heeft gezien weet het wel. Zelf in onze eigen handboeken als Historia vinden we een lezing van de missionarissen als instrumenten van het imperialisme. Als die stereotypen enige waarde hebben valt het echter maar moeilijk te begrijpen dat de christelijke groei er zo snel kwam, of het einde van de Europese politieke macht kon overleven.

Het christendom is echter ook altijd een bron van politiek verzet geweest. Reeds in de 17e eeuw leerde de Kongolese Kimpa Vita in een visioen dat Jezus en de apostelen eigenlijk zwarte Kongolezen waren geweest, en dat zij als taak had het koninkrijk Kongo terug in ere te herstellen. In 1706 werd ze als een heiden en ketter verbrand maar haar bekering vormde een patroon voor de ontwikkelingen van de kerk in Afrika in de eeuwen daarna. Daarbij geraakten individuen telkens opnieuw vervreemd van de oorspronkelijke kerk en werden in een directe openbaring van God opgeroepen die kerk in ere te herstellen, dwz. in zijn ‘oorspronkelijke’ Afrikaanse vorm. Tot in de 20e eeuw bleven zulke profetieën opduiken.

De Liberiaan William Wadé Harris bijvoorbeeld werd in de vroege 20e eeuw door de engel Gabriel als profeet aangesteld. Hij gooide zijn dure Europese kleding af (en daarmee ook de macht van de verwesterde Afrikaanse elite) en begon met een zelfgemaakt bamboehouten kruis over heel West-Afrika te prediken. Zijn christendom was weinig Europees te noemen en vormde een mengeling van orthodoxie en voodoo.
Het bleef overigens lang niet altijd bij profetieën. In 1915 organiseerde de baptistische missionaris John Chilembwe een gewapende aanval tegen de Britse heerschappij in het huidige Malawi. Het eerste moderne Afrikaanse verzet tegen het imperialisme in termen van nationalisme en sociale rechtvaardigheid was stevig gegrondvest op christelijke fundamenten.

God is het vangnet

Tijdens de grote dekolonisatie van Afrika, eind jaren ’50 en jaren 60 van de vorige eeuw, floreerde de kerk in Afrika als nooit tevoren. Gedurende de politieke en raciale crisissen tussen de jaren ’60 en ’90 zijn vele zwarte Afrikanen echter wel overgestapt naar de onafhankelijke kerken, de African Initiated Churches (waarvan de oudste teruggaat tot het 4e eeuwse Ethiopië). Dit geldt in het bijzonder voor Zuidelijk Afrika, maar ook voor landen als Zimbabwe en Botswana. De explosieve groei die het christendom er meemaakte duurt echter tot op vandaag voort.

De historicus Kenneth Woodward vergelijkt deze groei van het christendom in Afrika met die in het oude Europa: net zoals de noordelijke volkeren het christendom pas aanvaarden na het verval van het Romeinse rijk keren hedendaagse Afrikanen zich tot het Christendom in tijden van economische en politieke chaos. Net zoals in de 3e eeuw lidmaatschap van een christelijke kerk meer bescherming bood dan het label civis Romanus, brengt het christendom ook vandaag in Afrika een sociaal vangnet dat de falende politiek vervangt.

Het geloof van sommige Afrikaanse kerken is ook erg gebaseerd op een reciprociteit tussen de gelovige en God die in een Europese verzorgingsstaat eerder op hoongelach zou onthaald worden. In een samenleving die wordt gekenmerkt door armoede, een gigantisch aantal ziektes en hoge kindersterfte is genezing en economisch overleven echter een voortdurende nood. Van de religie wordt dan ook verwacht dat ze tot reële en observeerbare resultaten leidt, van een God wordt verwacht dat hij de dagelijkse problemen helpt oplossen. En tot op zekere hoogte lijkt dit ook te lukken.

Recent onderzoek in de pinksterbeweging bijvoorbeeld heeft aangetoond hoe drastisch het lidmaatschap van een kerk het leven van een vrouw in armoede kan veranderen. Met haar nadruk op het gezin, op mannelijke verantwoordelijkheid en kuisheid vormt de kerk immers een ideale plaats om een goede echtgenoot te vinden en de levensstandaard te verhogen.

De tijd van de Afrikaan

Aan het begin van de 21e eeuw is één derde van de wereldbevolking christen, ongeveer hetzelfde ratio als aan het begin van de vorige eeuw. De politieke machtsverhoudingen zijn echter radicaal veranderd. Op de site van het Pew-forum kunnen we het centrum van het christendom vanaf het begin van de 20e eeuw heel snel zien verschuiven, weg van Europa en richting het hart van Afrika.African-christians

De groei van wat men de ‘black spirituality’ noemt heeft ook enorme implicaties voor het wereldwijde christendom in de 21e eeuw. Niet alleen zal Afrika binnen enkele decennia reeds het spirituele centrum van de religie vormen, de enorme migratiegolven zullen ook honderden miljoenen christenen in een Afrikaanse diaspora over Azië, Amerika en Europa doen verspreiden. Dit christendom verschilt enorm van haar Europese variant, en zal een onvoorspelbare impact hebben op het wereldwijde christendom. Philip Jenkins vat dit samen in het volgende citaat van een Nigeraanse pastoor uit de pinksterbeweging: ‘This is the time of the African. The Europeans have had their time, the Asians have had their time, the Americans have had their time. The black man is going to read the last Gospel before the coming of Christ. It’s our time.’

Pasen en de vervolgde religieuze minderheden

Het Passieverhaal toont ons een wereld waarin lijden en dood bijzonder reëel zijn, dat kan ons iets leren over de situatie van veel vervolgde en lijdende mensen vandaag.
Er is de voorbije dagen heel wat gevierd rond Pasen, en er is ook wel wat geschreven en gezegd over de betekenis van dit feest. De antwoorden varieerden dan telkens van historische duidingen tot vrijblijvende beschrijvingen over het nieuwe leven, licht en herontdekking. Echter, het Passieverhaal kan ons nog wel wat aeasternders leren over de realiteit van onze wereld.

Wie de moeite doet om dat verhaal eens goed te lezen weet dat Pasen het besluit is van een lange, duistere periode waarin een religieuze minderheid gewelddadig wordt opgejaagd en hun leider op brutale wijze wordt vermoord. Het is ook het verhaal van de verrijzenis van wie om zijn geloof gedood is. Het is niet alleen de overwinning van het leven op de dood, maar ook van de religieuze vrijheid op de vervolging.

Klinkt u dat vreemd in de oren? Dan bent u waarschijnlijk geen opgejaagde minderheid. In onze samenleving heerst religieuze vrijheid, geen vervolging. Bovendien hebben we het lijden en de dood weggeborgen in ziekenhuizen en mortuaria, onzichtbaar gemaakt door allerlei verdovingen en opsmuk. Voor de meeste christengemeenschappen in de wereld is de dood echter heel reëel. Hoe ziet Pasen er bijvoorbeeld uit voor de christenen die opgejaagd worden door de door de rebellen in Syrië, door de troepen van Kim Jong-un in Noord-Korea of door de Séléka-beweging in de Centraal-Afrikaanse Republiek? Wie de dreiging van verraad en de dood dag en nacht om zich heen voelt zal de angst van Christus op zijn laatste avond in deze wereld anders lezen dan een beschermde Europeaan. Voor wie elk moment in bombardementen of slachtpartijen kan sterven, voor wie familie, vrienden, kinderen verloren heeft is het geloof in de overwinning van het leven op de dood zo ongeveer het laatste wat hen nog met deze wereld verbindt.

Voor ons is dit misschien moeilijk te vatten, maar voor het merendeel van de mensen op deze wereld is de strijd tussen leven en dood heel reëel, evenals het geloof in de overwinning op die dood. Misschien moeten we allemaal het passieverhaal eens wat beter gaan lezen? Dan zouden we de situatie van die mensen dan toch al wat beter kunnen begrijpen, en misschien niet telkens opnieuw vol onverschilligheid in slaap vallen tijdens hun doodstrijd.

 

 

 

Syrië: de vergeten christenen

DS 10/04/14

SYRIË WAS HET LAATSTE, VEILIGE BASTION

eb170e7c-c013-11e3-9f67-d6bce1682f07_originalWaarom staan we toch zo onverschillig tegenover christenen in verdrukking in het Midden-Oosten?

Met de dood van pater Frans van der Lugt in Homs komt er langzaamaan een eind aan een lange era van Christelijke aanwezigheid in Syrië. Los van het gebrek aan Europese belangstelling voor de strijd in Syrië is er ook nog een andere, diepere en oudere vorm van onverschilligheid aanwezig, waarbij Europa erg selectief lijkt om te gaan met vervolgde minderheden. In het Midden Oosten zien we al langer hoe de multireligieuze bevolking in een angstaanjagend korte tijdsspanne wordt gezuiverd van vreemde – niet toevallig vaak Europese – elementen, terwijl Europeanen niets doen en de andere kant opkijken.

In de jaren dertig vonden bijna honderdduizend Europese joden die op de vlucht waren voor de nazi’s onderdak of een nieuw thuis in Engeland. Het toenmalige Central British Fund for German Jewry organiseerde het beroemde kindertransport, een massale reddingsoperatie, waarbij meer dan tienduizend joodse kinderen uit Duitsland, Oostenrijk, Polen en Tsjechoslowakije naar Engeland werden gebracht, waar ze werden opgevangen bij families thuis. Vaak vormden zij na de Holocaust de enige overlevenden van hun familie. Waar blijft ons fonds voor het Syrische Christendom? Zijn we meer onverschillig geworden in vergelijking met toen? Bevindt Syrië zich te ver van ons bed? De enorme aandacht die bijvoorbeeld de Palestijnen vandaag in Europese media krijgen in hun strijd tegen de staat Israel (een buurland van Syrië), lijkt dat toch tegen te spreken?

‘Ze moeten daar maar niet gaan wonen’ is een reactie die je soms hoort. ‘Eén toerist in Bethlehem heb ik zich eens horen afvragen waarom ze zich in godsnaam tot het christendom bekeerd hebben? Alsof christenen niet al duizenden jaren in Syrië, Egypte en Palestina wonen. Alsof het Christendom in het Midden Oosten niet tot ver in de middeleeuwen zowel numeriek als cultureel een heel eind boven Europa uitstak en lange tijd het zwaartepunt van het christendom vormde. Alsof christenen vandaag eigenlijk niet eens het recht hebben om in die gebieden te wonen, en ze het misschien zelf wel verdiend hebben om vervolgd te worden en uiteindelijk te verdwijnen.

Is dat vergezocht? Er zit een diepe, discriminerende houding ten aanzien van het christendom in het hart van het moderne Europese denken, dat daar gekomen is via een lange, politieke strijd tegen de kerk. De verlichtingsfilosofen bijvoorbeeld gebruikten de Islam als voorbeeld van verdraagzaamheid om de katholieke kerk te bekritiseren. Respectabele filosofen als David Hume en Denis Diderot en de historicus Edward Gibbon aarzelden daarbij niet om de geschiedenis te verdraaien en bijvoorbeeld de kruisvaarten af te beelden als eenzijdige daden van imperialistische agressie, of zelf als pure religieuze waanzin veroorzaakt door op macht beluste pausen. Het is een beeld van het christendom dat tot op vandaag wordt herhaald in onze publieke ruimte en onze cultuur, waardoor vervolgde christenen simpelweg niet meer op onze radar opduiken. Dat het Midden Oosten ooit het centrum vormde van het christendom en dat die gemeenschappen tot op vandaag als gediscrimineerde minderheden in dat Midden Oosten zijn blijven voortbestaan en nood hebben aan onze hulp, komt bij diezelfde Europeanen al evenmin op. Onze verontwaardiging kan bij tijden bijzonder selectief zijn…

Toch is het wel degelijk zo dat grote Christelijke gemeenschappen van de eerste eeuwen tot in de moderniteit overleefden in landen als Egypte, Syrië, Libanon, Irak en Turkije. Tot 1900 maakten christenen dertig procent uit van de bevolking in het Ottomaanse rijk. De Christenen in het Midden Oosten floreerden onder moeilijke omstandigheden, tot ze werden weggevaagd door een serie van oorlogen en verbanningen volgend op de eerste wereldoorlog. Vandaag beleven we de herfsttij van dat Christendom in het Midden-Oosten. De christelijke gemeenschap in Irak telde tot in 1980 nog steeds bijna vijf procent van de bevolking, sinds die tijd is ze gedecimeerd door de gecombineerde effecten van oorlog en vervolging. Het laatste veilige, christelijke bastion in de regio was Syrië, waar Christenen voor de oorlog tot tien procent van de bevolking uitmaakten. Het eeuwenoude multireligieuze karakter dat het Midden Oosten tot voor de 20e eeuw had is in de recente geschiedenis verdwenen, terwijl Europa de andere kant op keek.